KNZB

  • E-On
  • La vache qui rit
  • KPMG
  • Lotto
  • Innax
  • Cascade
  • Variopool
  • Menzis
HomeKNZB voorSportersMedischIncidentie

Incidentie

Zwemmen en het risico op blessures
 
Inleiding
 
Er vinden in Nederland jaarlijks ongeveer 1,9 miljoen bedrijfs-, verkeer, en prive-ongevallen en sportblessures plaats waarvoor medische behandeling noodzakelijk is. Uitgaande van 16 miljoen inwoners in ons land, betekent dit dat jaarlijks 1 op de 8 Nederlanders zich medisch moet laten behandelen voor een ongevalletsel of sportblessure. De meeste slachtoffers hebben hun letsel opgelopen tijdens sportbeoefening (40%). Hiervan zijn 82% plotseling ontstaan. In de totale bevolking boven de vier jaar is naar schatting de helft actief als sporter (mannen 51% en vrouwen 49%), bij de 55+ groep zijn de vrouwelijke sporters duidelijk in de meerderheid. Met toename van de leeftijd daalt zowel bij mannen als bij vrouwen het percentage sportdeelname.
 
In de periode 2000-2002 waren jaarlijks 7,7 miljoen Nederlanders sportief actief, een zevende hiervan (1,1 miljoen) zwemt regelmatig, hetgeen een vermindering is ten opzichte van de periode 1997-1998. Van alle sporters lopen er jaarlijks 1,2 miljoen een acute blessure op, bij zwemmen ligt het aantal blessures duidelijk lager, er treden per jaar zo’n 19.000 blessures op.
 
Ruim een tiende van de Nederlandse bevolking (11%) geeft aan te zwemmen, hiervan zwemt 12% in georganiseerd verband en 8% neemt deel aan wedstrijdzwemmen. In de periode 1994-2004 is het aantal leden van de KNZB constant gebleven (15.000). Bij de zwemverenigingen is 51% man waarvan 68% jonger dan 18 jaar. Van de wedstrijd??zwemmers is 64% vrouw, de gemiddelde leeftijd is 34 jaar en gemiddeld wordt er 1.6 uur per week gezwommen.
 
Tabel 1: Zwemparticipatie in Nederland over de periode 2000-2002
Zwemmen
 
 
Per jaar
aantal beoefenaren
 
1.100.000
aantal sporturen per jaar
91.000.000
Bron: OBiN 2000-2002
 
Na fitness (1,3 miljoen sporters), is zwemmen de grootste sport met 1,1 miljoen deelnemers, daarna komen veldvoetbal (940.000) en tennis (930.000). Overzicht van de top 5 is te zien in onderstaande tabel.
 
Tabel 2: Top 5 van sporttakken in de Nederlandse bevolking: aantal sporters naar leeftijdsgroep en geslacht
Mannen
1
2
3
4
5
4 t/m 17
veldvoetbal
zwemmen
tennis
judo/jiu-jitsu
hockey
 
430.000
200.000
92.000
90.000
45.000
18 t/m 34
veldvoetbal
fitness
tennis
hardlopen
squash
 
290.000
260.000
120.000
111.000
110.000
35 t/m 54
tennis
hardlopen
fitness
veldvoetbal
fietsen
 
2.000.000
190.000
170.000
130.000
110.000
55+
tennis
fietsen
zwemmen
fitness
hardlopen
 
110.000
100.000
75.000
61.000
46.000
totaal
veldvoetbal
fitness
tennis
zwemmen
hardlopen
 
870.000
530.000
520.000
410.000
360.000
Vrouwen
1
2
3
4
5
4 t/m 17
zwemmen
turnen
paardensport
tennis
dansen
 
210.000
130.000
92.000
90.000
45.000
18 t/m 34
fitness
aerobics
zwemmen
hardlopen
tennis
 
300.000
160.000
120.000
111.000
110.000
35 t/m 54
fitness
zwemmen
tennis
aerobics
hardlopen
 
320.000
190.000
170.000
130.000
110.000
55+
zwemmen
fitness
tennis
fietsen
turnen
 
200.000
11.000
75.000
61.000
46.000
totaal
fitness
zwemmen
tennis
aerobics
turnen
 
770.000
720.000
41.000
320.000
220.000
Bron: OBiN 2000-2003
 
Sportblessures
 
De gemiddelde incidentiedichtheid (= aantal sportblessures per 1.000 sporturen) als maat voor het risico op een blessure bedraagt voor alle sporttakken tezamen één blessure per 1.000 sporturen. De top 3 van sporten met het hoogste blessurerisico zijn respectievelijk: zaalvoetbal, basketbal en hockey. Zwemmen komt niet in deze top-10 voor. De incidentiedichtheid voor zwemmen is namelijk 0,2. Dat zijn per jaar ongeveer 19.000 blessures, hiervan wordt naar schatting de helft (11.000) medisch behandeld. De top-10 staat in onderstaande tabel 3.
 
Tabel 3: Aantal blessures, percentage medisch behandeld en incidentiedichtheid (i.d>) per sporttak
 
 
Totaal
% medisch
i.d.
Betrouwbaarheids
interval i.d.
Veldvoetbal
Tennis
Hardlopen/joggen/trimmen
Volleybal
Zaalvoetbal
Hockey
Skieen/snowboarden
Basketbal
Fitness/conditietraining
Paardensport
Turnen/gymnastiek
Atletiek
Squash
Handbal
Zwemmen
Judo/jiu-jitsu
Karate/taekwondo
Aerobics
Skeeleren
n = 229
n = 99
n = 74
n = 52
n = 44
n = 44
n = 45
n = 29
n = 27
n = 24
n = 21
n = 18
n = 16
n = 16
n = 12
n = 10
n = 12
n = 12
n = 10
420.000
130.000
110.000
80.000
74.000
72.000
64.000
51.000
40.000
35.000
33.000
30.000
27.000
26.000
19.000
18.000
18.000
16.000
15.000
56
48
47
54
48
41
59
41
48
40
43
34
57
81
57
10
28
55
41
2,1
1,1
1,7
2,0
6,1
2,3
7,2
3,1
0,2
0,4
1,3
2,0
1,9
2,1
0,2
1,5
2,1
0,6
1,1
1,8 - 2,3
0,9 - 1,3
1,4 - 2,2
1,6 - 2,6
4,7 - 8,2
1,8 - 3,1
5,6 - 9,6
2,3 - 4,5
0,2 - 0,3
0,3 - 0,7
0,9 - 1,9
1,3 - 3,2
1,3 - 3,1
1,4 - 3,4
0,1 - 0,4
0,9 - 2,8
1,4 - 3,7
0,4 - 1,0
0,7 - 2,1
Totaal
n = 971
780.000
51
1,0
0,9 - 1,1
 
Bron: OBN 2002-2003.
 
 
Het aantal behandelingen voor zwemblessures op een SpoedEisende Hulpafdeling (SEH) neemt sinds 1994 geleidelijk af. Er is in 2002 een afname van blessure behandelingen op de SEH van bijna een derde ten opzichte van 1994.
Zwemmen is dus een niet-blessuregevoelige sport welke de laatste jaren steeds blessure ongevoeliger wordt.
 
Tabel 4: Op SEH behandelde sportblessures door of tijdens zwemmen.
 
1997
1998
1999
2000
2001
2002
8.300
7.300
7.900
7000
7.100
6.200
Trend 1997-2002
-29%
significant verschil (p<0.01)
 
Bron: Sportblessures; het totale speelveld (1997-2002)
 
Historisch
 
Uit het Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2000-2001 bleek dat in 1997-1998 er 92.000 blessures waren in het zwembad, waarvan er 28.500 medisch behandeld werden. Per 1.000 uur zwemmen treedt er gemiddeld 0,6 blessures op. Er werden jaarlijks 7800 zwemmers op de SEH afdeling behandeld. Er is dus een daling van jaarlijks 1000 blessures en een afname van medische behandelingen van, door zwemmen veroorzaakte, blessures.
 
Tabel 5: Sportblessures op de SpoedEisende Hulpafdeling (1998-2002)
 
SEH behandelingen top 10
 
 
 
sport
aantal
%
incidentie
trend (%)
veldvoetbal
49.000
32
0,24
-18
paard- of ponyrijden
9.700
6
0,12
13
hockey
8.800
6
0,34
1
skeeleren/skaten
8.700
6
a
-22
zwemmen
7.100
5
0,08
-22
volleybal
6.600
4
0,17
-30
zaalvoetbal
5.900
4
0,51
-18
tennis
5.200
3
0,05
-33
vechtsport
4.700
3
0,16
6
basketbal
4.400
3
0,28
-6
a = onvoldoende gegevens
 
 
 
vechtsport exclusief boksen
 
 
 
 
Bron: Letsel Informatie systeem 1998-2002; Consument en Veiligheid
 
 
Het ongevalscenario bij zwemmen is voornamelijk een val of contact met een object, vooral rond het zwembad. Het meest is het onderbeen aangedaan, gevolgd door het hoofd. Dit beeld is in de loop van de tijd feitelijk niet veranderd. 
 
Tabel 6: Jaarlijks SEH-behandelingen bij zwemmen in percentages.
 
 
 
 
 
 
 
%
%
naar ongevalsscenario
 
 
 
98-02
97-99
val
 
 
 
 
 
44
48
 
uitglijden in zwembad
 
 
10
4
contact met object
 
 
 
 
35
31
 
stoten tegen zwembadrand
 
 
6
12
 
snijden aan object
 
 
 
6
8
lichamelijk contact
 
 
 
 
10
11
naar letsel
 
 
 
 
 
 
heup/been/voet
 
 
 
 
36
44
 
kneuzing/oppervlakkig letsel enkel/voet/teen
11
10
 
breuk enkel/voet/teen
 
 
7
 
 
open wond enkel/voet/teen
 
 
5
 
hoofd
 
 
 
 
 
31
31
 
hoofdwond
 
 
 
17
 
 
kneuzing/oppervlakkig letsel hoofd
 
9
 
schouder/arm/hand
 
 
 
 
23
16
 
kneuzing/oppervlakkig letsel pols/hand/vinger
5
6
 
Bron: Letsel Informatie Systeem 1998-2002, 1997-1999 ;Consument en Veiligheid
 
 
 
Een hoofdwond is de meest voorkomende sportblessures in het zwemmen die op een Spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis behandeld wordt. Daarnaast komt een open wond aan voet/teen vaak voor. Deze blessures zijn vormen van blessures die direct op te lopen zijn in het zwembad. De ontstaansmechanismen van deze sportblessures zijn vooral het stoten, vallen en lichamelijk contact (Schmikli et al, 2004).
 
Ten opzichte van de algemene ontstane wijze van sportblessures valt het op dat bij zwemmen vaak het hoofd is aangedaan, terwijl de rug en romp ongeschonden blijven en ook de benen duidelijk minder aangedaan zijn.
 
Tabel 7: Medisch behandelde blessures sport versus zwemmen, in percentages
 
Getroffen lichaamsdeel
 
sport
sport
zwemmen
 
plotseling
geleidelijk
 
Been/heup/voet
 
61
67
36
Arm/schouder/sleutelbeen
21
16
23
Hoofd
 
 
5
 
31
 
Bron: Letsel Informatie Systeem 2000-2002, jaarlijks gemiddelde; Consument en Veiligheid
 
 
Conclusie
 
Zwemmen is en blijft een sport met weinig blessures (= low risk sport). Over de afgelopen jaren is het blessure risico zelf verder afgenomen.
Grootste gevaar blijft het vallen in en rond het zwembad. Als er goede veiligheids maatregelen worden genomen bestaat er in verenigingsverband een zeer laag risico op blessures.