KNZB

  • E-On
  • La vache qui rit
  • KPMG
  • Lotto
  • Cascade
  • Variopool
  • Menzis
HomeKNZB voorSportersMedischTopsport zonder drugs of drugs zonder topsport

Topsport zonder drugs of drugs zonder topsport

Topsport zonder drugs of drugs zonder topsport

De combinatie topsport en drugs is zo op het eerste gezicht een vreemde. Voor de meeste sporters die serieus met hun sport bezig zijn is het belangrijk dat hun lichaam in optimale conditie is. De voor de levensgenietende leek misschien monotone cyclus van trainen-eten-rusten laat weinig ruimte om tot diep in de nacht te feesten, het licht uit te doen in de kroeg en de volgende dag een roes uit te slapen. Wat is de link tussen topsport en drugs?

Marco Pantani is misschien wel het meest trieste voorbeeld van de combinatie topsport en drugs geworden, toen hij in 2004 overleed aan een overdosis cocaïne. Volgens de statistieken van dopingcontroles die in Nederland zijn uitgevoerd in 2006 zijn van de 41 dopingovertredingen die tot een aangifte leidden maar liefst 12 het gevolg van cannabisgebruik, 5 van cocaïne en 2 van XTC. Ook aan de Doping Infolijn wordt regelmatig de vraag gesteld hoe lang sociale drugs te traceren zijn bij een

dopingcontrole. Er is blijkbaar een categorie sporters die deze middelen buiten wedstrijdverband wil gebruiken voor recreatieve doeleinden. Wat zijn hiervan de risico’s wanneer het gaat om dopingcontroles?

Cannabis, bijzonder geval
Cannabis is een bijzonder geval op de dopinglijst. De werkzame stof THC zorgt voor verslapping van de spieren, versnelling van de hartslag, een droge mond en verandering van het gevoel voor tijd en ruimte, waardoor ook de reactietijd toeneemt. Niet bepaald prestatiebevorderend dus.

De reden dat cannabis op de Wada dopinglijst staat is dat stoffen beoordeeld worden op basis van 3 criteria, namelijk prestatieverbetering, schadelijkheid voor de gezondheid en in strijd zijn met de ‘spirit of sport’. Voldoet een stof aan 2 van de 3 criteria dan komt het op de lijst terecht. Dat het dopingbeleid sinds 2004 geharmoniseerd is en de dopinglijst daardoor wereldwijd hetzelfde is heeft voornamelijk voordelen. Een nadeel is echter dat landen met een minder liberaal drugsbeleid dan Nederland cannabis beschouwen als zowel schadelijk voor de gezondheid als in strijd met de spirit of sport. Hierdoor staat het op de dopinglijst, hoewel het de sportprestatie niet verbetert (en zelfs daar zijn niet alle landen het over eens). Er gaan geluiden op het dopingbeleid in de toekomst vooral te richten op stoffen die de prestatie bevorderen, maar het aantal landen dat dit niet ziet zitten is voorlopig nog in de meerderheid. Gevolg: cannabis staat op de dopinglijst en de Nederlandse topsporter heeft met deze werkelijkheid te maken.

Sociale drugs en de dopinglijst: rekenen met detectietijden?
De WADA-dopinglijst bestaat uit een groep van stoffen en methoden die zowel binnen als buiten wedstrijdverband verboden zijn én een groep stoffen alleen verboden binnen wedstrijdverband. Onder de eerste groep vallen stoffen die een langdurig effect op de sportprestatie hebben, bijvoorbeeld anabole steroïden. De stoffen in de tweede categorie, waarin onder andere cannabis en stimulantia vallen, hebben over het algemeen een kortdurend effect op de sportprestatie. Amfetaminen (de werkzame stoffen in onder andere speed), XTC en cocaïne behoren tot de stimulantia. Evenals cannabis zijn zij

buiten wedstrijdverband dus toegestaan. De conclusie dat een joint roken of een XTC pilletje slikken in de week voor een belangrijke wedstrijd zonder risico’s is, is te snel getrokken. Niet alle stoffen zijn even

snel uit het lichaam verdwenen en als sporter heb je te maken met zogenaamde detectietijden, de tijd tussen het moment van gebruik van een stof en het moment waarop de betreffende stof niet meer kan worden aangetoond in een urinemonster. Voor veel stimulantia gaat het hierbij om enkele dagen, maar het is onmogelijk individueel een exacte detectietijd te bepalen.

Om een voorbeeld te geven: de gemiddelde detectietijd voor cocaïne ligt op 72 uur, maar bij een hoge dosering werd het in een individueel geval nog 22 dagen na gebruik aangetoond. Rekenen met detectietijden is dus een uiterst risicovolle zaak wanneer je in aanmerking komt voor dopingcontroles.

Voor cannabis geldt dit nog sterker. De werkzame stof, THC, slaat zich op in vetcellen. Tijdens inspanning worden naast koolhydraten ook vetten als energiebron gebruikt en hierbij komen ook de afbraakstoffen van THC in de urine terecht. Juist na intensieve inspanning, is de kans op detectie van THC hierdoor verhoogd. Ook voor cannabis blijkt de maximale tijd van detectie in een urinemonster ver boven de ‘normale’ detectietijd te liggen. Voor één joint wordt een gemiddelde detectietijd van 2 tot 4 dagen aangehouden, bij regelmatig gebruik kan de stof echter tot 31 dagen na gebruik in een urinemonster

worden aangetoond, maar de maximaal bekende tijd is maar liefst 3 maanden na gebruik! Nogmaals, de genoemde tijden zijn gemiddelden en zeggen dus onvoldoende over de individuele detectietijd. De voorbeelden geven duidelijk aan dat de variatie hierin erg groot is.

Meeroken een risico?
Wanneer het gaat om verklaringen voor positieve dopinguitslagen viert creativiteit af en toe hoogtij. Regelmatig wordt meeroken aangevoerd wanneer een sporter positief test op cannabis. Is meeroken van

cannabis inderdaad risicovol als een sporter in aanmerking komt voor dopingcontroles en zo ja, wordt het ook als excuus aanvaard als een sporter positief test?

Door inhalatie van andermans cannabisdampen krijgt een sporter inderdaad THC binnen, maar bij een dopingcontrole wordt een grenswaarde gehanteerd. Zolang de concentratie in de urine daaronder blijft is er geen sprake van een overtreding. De aangetroffen hoeveelheid die door meeroken kan worden aangetroffen in de urine hangt af van de grootte en ventilatie van de ruimte waarin de persoon aanwezig is, de concentratie THC in de joint en de hoeveelheid rook die wordt ingeademd.

Resultaten van verschillende studies spreken elkaar tegen. Zo toonde een onderzoek aan dat bij proefpersonen die cannabis inhaleerden in een afgesloten auto THC waarden in hun urine inderdaad boven de bij dopingcontroles gebruikte detectielimiet kwamen. In een ander onderzoek werd deze detectielimiet echter niet bereikt bij drie proefpersonen in een afgesloten ruimte waarin grote hoeveelheden marihuana werden gerookt. In een derde studie werden proefpersonen gedurende 6 dagen iedere dag passief een uur lang blootgesteld aan cannabisrook en bleek bij enkele proefpersonen de THC-waarde in hun urine boven de detectielimiet uit te komen.

Omdat in alle studies de hoeveelheden cannabis waaraan de proefpersonen werden blootgesteld behoorlijk hoog waren en de kans dat een sporter door meeroken positief test op cannabis niet erg groot is, wordt meeroken niet als excuus geaccepteerd op het moment dat een sporter bij een dopingcontrolepositief test op cannabis! Het risico is echter niet 100% uit te sluiten. Een sporter die in een auto zit waarin geblowd wordt of op een feestje is waar in een kleine ruimte volop geblowd wordt doet er beter aan het zekere voor het onzekere te nemen en toch maar uit of op te stappen!

Topsport en drugs: lastige combinatie!
De combinatie topsport en drugs blijft een buitengewoon lastige. Naast de fysiologische en psychologische effecten zijn er ook dopingaspecten aan verbonden. Doordat detectietijden zeer slecht individueel vast te stellen zijn loopt een topsporter altijd een risico op het moment dat hij met sociale drugs in aanraking komt, ook als dit buiten het wedstrijdseizoen gebeurt. De veiligste weg: maak een duidelijke keus. Topsport zonder drugs óf drugs zonder topsport!

Voor vragen over doping kun je van maandag tot en met vrijdag tussen 13.00 en 16.00 uur bellen met de

Doping Infolijn: 0900-2001000 (10 ct./min.). Of mail naar dopingvragen@dopingautoriteit.nl