Al enkele jaren is de temperatuur van het zwemwater waarin gezwommen mag worden een hot item. In het KNZB-reglement wordt daar (op basis van de FINA en LEN-reglementen) vrij uitvoerig op ingegaan.
Regelmatig vragen verenigingen dispensatie watertemperatuur aan omdat de zwemexploitant niet bereid is de temperatuur tijdens wedstrijden terug te brengen naar maximaal 28 graden.
Wetenschappelijk onderzoek
De Adviesraad Medische Zaken en Dopingpreventie heeft zich gebogen over het verhogen van de maximale temperatuur. De belangrijkste feiten en argumenten:
Het effect van inspanning bij hogere watertemperaturen blijkt bestudeerd te zijn. Echter, het inspanningsniveau bij het onderzoek ligt laag. Feitelijk is het inspanningsniveau onvergelijkbaar veel lager dan het inspanningsniveau bij polowedstrijden. Dit komt omdat in de beschreven onderzoeken geen maximale inspanning wordt geleverd. Hierdoor is het niet mogelijk een eenduidig advies te geven of het veilig is om bij hogere watertemperaturen te waterpoloën.
Uit literatuur blijkt dat de hartslag in water van 33 graden duidelijk hoger is bij dezelfde belasting dan bij 26 graden, waardoor er minder hartreserve bij grotere inspanning is. De kritische lichaamstemperatuur van 40 graden wordt tijdens de studies niet bereikt.
De Adviesraad is van mening dat sporten in een watertemperatuur van 27 graden de optimale temperatuur is. Een temperatuur van rond de 30 graden is zonder medische problemen redelijk veilig.
Het spelen van waterpolowedstrijden in water boven de 30 graden wordt sterk afgeraden gezien een verhoogd risico op cardiovasculaire klachten.
De optimale watertemperatuur tijdens wedstrijden ligt dus rond de 26-27 graden.
Mogelijkheid tot dispensatie
Omdat de veiligheid van de zwemmer altijd voorop dient te staan, zal het Bondsbestuur om medische redenen en risico van aansprakelijkheid terughoudend omgaan met dispensaties.
Sinds april 2004 hebben verenigingen de mogelijkheid om dispensatie aan te vragen voor het zwemmen in water met hogere temperaturen dan voorgeschreven in de KNZB reglementen. Deze maatregel is genomen vanuit het oogpunt dat het voor te veel verenigingen anders onmogelijk zou worden om gebruik te blijven maken van het bad. Er zal echter nooit een dispensatie verleend worden voor temperaturen hoger dan 30 graden celsius.
Dispensatie kan alleen overwogen worden aan verenigingen die door het niet verlenen van dispensatie in ernstige problemen komen. De dispensatie wordt verleend aan een vereniging voor een bepaalde competitie of een serie wedstrijden; het Bondsbestuur kan nadere voorwaarden stellen bij het verlenen van de dispensatie (bijvoorbeeld een tijdsduur of een maximale zwemafstand).
De maximale periode waarvoor dispensatie verleend wordt, is twee jaar.
Het aanvragen van dispensatie watertemperatuur tot 30 graden blijft mogelijk echter alleen
onder de volgende voorwaarden:
1. De secretaris van de vereniging moet de aanvraag schriftelijk indienen
2. Er dient een schriftelijke verklaring bijgevoegd te worden waarin zowel de
exploitant als de vereniging aangeven dat er alles aan gedaan is de temperatuur
maximaal 28 graden te houden. Tevens dient de reden van overschrijding van deze temperatuur genoemd te worden.
3. De onder 2. genoemde verklaring dient door zowel de exploitant als de secretaris
van de vereniging ondertekend te worden.
Alle benodigde stukken dienen gezonden te worden aan het bondsbestuur van de KNZB waarna het dispensatieverzoek beoordeeld zal worden. Bij goedkeuring geldt een periode van twee jaar.
Wij vragen u alles in het werk te stellen de watertemperatuur niet boven het gestelde maximum van 28 graden te laten oplopen. Dit in het belang van de sporters, officials, trainers enz. Daarnaast verwachten wij dat toezichthouders en begeleiders middels persoonlijke waarneming continu blijven waken over de gezondheidstoestand van de sporters (ook bij eventuele lagere temperaturen).
Aansprakelijkheid
Als er iets gebeurt dat te wijten is aan een te hoge temperatuur komt natuurlijk al snel de schuld- en verantwoordelijkheidsvraag naar boven.
In alle gevallen staat voorop dat de scheidsrechter moet vaststellen of de temperatuur aan de reglementen voldoet. Als de scheidsrechter zelf heeft geconstateerd dat het zwembad niet aan de reglementen voldoet en hij laat ondanks dat de wedstrijd doorgaan en er is een calamiteit die er niet zou zijn geweest als aan de reglementen zou zijn voldaan, kan de scheidsrechter aansprakelijk worden gesteld. Een zwembad heeft niets te maken met de reglementen van de KNZB en kan die dus ook niet overtreden. Er kan wel sprake zijn van een afwijking van het contract dat de organiserende instantie heeft gesloten met het bad, maar dat houdt niet automatisch aansprakelijkheid in. Wie wel aansprakelijk kan, is de organiserende instantie. Die dient er in eerste instantie voor te zorgen dat het water de juiste temperatuur heeft.
In beginsel geldt dat slechts sprake kan zijn van persoonlijke aansprakelijkheid als de betreffende persoon een onrechtmatige daad heeft begaan, dat wil zeggen dat hij of zij iets heeft nagelaten of heeft gedaan waardoor anderen schade oplopen. Uiteraard hebben ook de deelnemende verenigingen en de leden, ook afhankelijk van de leeftijd, van die vereniging een eigen verantwoordelijkheid: als de scheidsrechter en evt. ook organisatie hebben meegedeeld dat het water te warm is, kunnen zij de wedstrijd verlaten. Als er toch gezwommen wordt, hebben zij daarmee (een deel van) de verantwoordelijkheid overgenomen.
- Voor het aannemen van aansprakelijkheid dient ook een verband te bestaan tussen de overtreden norm en de opgelopen schade; zo zal het moeilijk zijn aan te tonen dat water van 28,1 graden Celsius tot gezondheidsproblemen zal leiden die niet opgetreden zouden zijn bij water van 28 graden Celsius; bij letsel door duiken in te ondiep water is het verband veel eenvoudiger vast te stellen.
Uiteindelijk is het altijd de rechter die met afweging van alle omstandigheden tot een beslissing over de verdeling van schuld over de verschillende partijen en de daarmee samenhangende consequenties komt.
In Nederland zijn nog geen rechtszaken bekend waarin een official (als persoon) aansprakelijk is gesteld voor schade bij een wedstrijd; bovenstaande opmerkingen zijn gemaakt op basis van algemene juridische principes.