KNZB

  • E-On
  • La vache qui rit
  • KPMG
  • Lotto
  • Innax
  • Cascade
  • Variopool
  • Menzis
HomeWedstrijdsportSchoonspringenAlmanakDiverse bijlagenFINA verandert het punten systeem bij schoonspringen!

FINA verandert het punten systeem bij schoonspringen

 
FINA verandert het punten systeem bij schoonspringen!
 
Tijdens het FINA congres van deze zomer is het puntensysteem veranderd.
In het nieuwe systeem loopt de “VOLDOENDE”van 5 tot en met 6½ (was 5 tot en met 6) en is de laagste waardering van een “GOEDE” sprong 7 geworden in plaats van 6½. Dit geldt zowel voor het individueel springen als voor het synchroon springen. Ook is de nieuwe waardering “EXCELLENT” voor het cijfer 10 toegevoegd. De nieuwe tabel ziet er als volgt uit:
 
F 16.2.2     De beoordelaars waarderen de sprongen naar eigen inzicht in overeenstemming met de kwalificaties van de onderstaande tabel, waar­van de cijfers met halve punten opklimmen van 0 t/m 10:
            - geheel mislukt        0                 punten;
            - onvoldoende           ½ - 2            punten;
            - gebrekkig               2½ - 4½       punten;
            - voldoende               5 –          punten;
            - goed                         7 - 8             punten;
            - zeer goed               8½ -        punten;
             -excellent               10                  punten.
 
Door deze verandering wordt de waardering voor een sprong die nog net niet GOED is dus een 6½! In plaats van een 6. Hierdoor is er meer ruimte om verschil te maken tussen de verschillende voldoende sprongen en kan een nette voldoende sprong ook een hoger cijfer krijgen wat natuurlijk leuk is voor de spring(st)ers. Maak hier dus gebruik van.

Belangrijkste wijzigingen voor de scheidsrechter en de beoordelaar.
Naast deze fundamentele verandering van het puntensysteem zijn er ook een aantal kleine veranderingen.
Voor de scheidsrechter
1.       Als bij voet landingen het hoofd eerder het water raakt dan de voeten moet de sprong ook mislukt worden verklaard. Dit was alleen als de handen eerder het water raken dan de voeten. Nu is het Handen of hoofd en dus strenger..
2.       Zoiets geldt ook voor induiken. Daar mogen de voeten het water niet raken voordat de handen OF het hoofd het water heeft geraakt anders moet de sprong mislukt worden verklaard. Dit is dus minder streng.
3.       Regels voor dubbele vering zijn ander geworden. De scheidsrechter kan niet meer maximaal 4½ bepalen als er een dubbele vering is. De nieuwe regels staan hieronder.
17.5.2     Als een springer twee maal achter elkaar met twee voeten tegelijk veert en dan de plank verlaat verklaart de scheidsrechter dat de sprong geheel is mislukt. Dit geldt zowel voor uit stand als met aanloop. Indien de beoordelaar van mening is dat een dubbele afzet is gemaakt mag nul (0) punten worden gegeven ook als de scheidsrechter niet besluit de sprong mislukt te verklaren.
Voor de beoordelaar
1.       De regel over “dubbele vering” geldt ook voor de beoordelaar die “0” nul punten mag geven als hij het ziet en de scheidsrechter niets zegt.
2.       De puntenaftrek van ½ tot 2 voor het niet op de juiste manier uitvoeren van de houding in een sprong geldt nu ook voor sprongen in de vrije houding “D”. Voor de vrije houding is de eis dat de benen bij elkaar moeten blijven en de voeten gestrekt moeten zijn.
3.       Als bij voet landingen de armen hoog zijn en bij induiken de armen laag dan hoort de scheidsrechter maximaal 4½ te bepalen. Het jurylid mocht alleen ½ tot 2 punten aftrek doen als de scheidsrechter het niet zag. In de nieuwe situatie geldt dat de beoordelaar ook kan beslissen maximaal 4½ punt toe te kennen.
 
Belangrijkste veranderingen voor de springers en hun vertegenwoordigers
1.       Voortaan is niet alleen de springer maar ook zijn vertegenwoordiger/coach verantwoordelijk voor het juist zijn van de springlijsten.
2.       Het programma synchroonspringen is veranderd voor All-in en de S-groep. Bij de dames moeten 5 sprongen uit 5 (vijf) spronggroepen worden gemaakt en bij de heren 6 sprongen uit 5 spronggroepen.
3.       Voor al de leeftijdsgroepen bij het synchroonspringen van de plank geldt dat elke voorwaartse en contra sprong voortaan met aanloop moet.
4.       De moeilijkheidsfactoren van diverse sprongen zijn aangepast. Een overzicht van de veranderingen staan op de volgende bladzijden.