Doelstellingen
· Verbetering van de technische vaardigheid van Nederlandse schoonspringers;
· Vergemakkelijking van schoonspring technische communicatie tussen de trainers.
Vanaf het seizoen 1997-1998 wordt voor deelname aan verschillende KNZB evenementen een (techniek) niveau-eis gesteld. Deze eisen gelden ook voor deelname aan de selectiewedstrijden en de NK-A en de activiteiten van de KNZB Nationale Ploegen die naar een internationaal toernooi worden uitgezonden.
De inhoud (sprongen en omschrijving) van het niveauspringen wordt jaarlijks voorafgaand aan publicatie in de almanak geëvalueerd door de Technische Commissie schoonspringen. Gedurende het gehele seizoen kunt u voorstellen voor verbetering van het niveauspringen inzenden naar de KNZB. Alle voorstellen worden besproken en eventueel overgenomen tijdens de jaarlijkse revisie.
Om springers in staat te stellen een niveautest te behalen organiseert de KNZB jaarlijks tenminste twee maal een "Niveautest". Op deze testdag kunnen de springers een niveautest halen.
Wijzigingen in het niveauspringen, ingevoerd 1 september 2008:
Geen.
Kosten
De kosten voor deelname aan een KNZB niveautest worden vooraf bekend gemaakt. De kosten worden door de KNZB verrekend met het verenigingsdepot aan de hand van de inschrijvingsformulieren (of resultaatlijsten), zonder begeleidend schrijven. In de KNZB Breedtesportcompetitie worden sprongen uit het niveauspringen in het wedstrijdprogramma opgenomen.
Elke vereniging of kring kan ook zelf niveautesten organiseren volgens onderstaande richtlijnen:
· De aanvraag voor een niveautest moet minimaal 21 dagen voor de test worden gedaan bij de KNZB, t.a.v. het Sportbureau;
· Op de aanmelding moet worden vermeld welk(e) testniveau(s) zal/zullen worden afgenomen;
· Er moeten minimaal 10 springers getest worden;
· Het is niet nodig de niveautest als wedstrijd aan te vragen (er worden geen wedstrijdkosten in rekening gebracht);
· De jurering bestaat uit 3 personen: de KNZB wijst twee juryleden aan (één van deze treedt op als scheidsrechter) en betaalt de reiskosten van deze twee juryleden; de organisatie zorgt voor één jurylid (bij voorkeur bevoegdheid 6) en twee secretarissen. Tenminste één secretaris heeft bevoegdheid T;
· Alle andere kosten (badhuur etc.) zijn voor rekening van de organiserende instantie;
· Het pakket lijsten voor de organisatie van niveautesten (Verenigingsbestanden voor niveautesten.zip) is te downloaden vanaf de KNZB-site onder Downloads en formulieren
· Uiterlijk 5 dagen na de niveautest dienen de volledig ingevulde testlijsten (ondertekend door scheidsrechter en secretarissen) met een totaal verslag te worden ingezonden naar het bondsbureau ter attentie van het Sportbureau. In het verslag moet worden vermeld: de datum van de test, de organiserende vereniging, de namen van de juryleden, de namen van de secretarissen, de namen van de springers en de niveautestresultaten (geslaagd, niet geslaagd en vermelding van het behaalde niveau). Stuur een kopie van de uitslagen aan de persoon die de database niveauspringen bijhoudt, dit is in het seizoen 2009-2010: Peter Weijne, e-mail = weijne@ziggo.nl
De KNZB houdt de uitslagen van alle officiële niveautesten bij in een database “Niveauspringen". Dit overzicht wordt regelmatig naar de verenigingen per e-mail verzonden en staat gepubliceerd op de website van de KNZB.
Bij wedstrijden waarbij voor deelname een bepaalde niveau-eis wordt gesteld, geldt altijd dat het vereiste niveau gehaald moet zijn vóór de uiterste inschrijfdatum van die wedstrijd.
Het jureren van niveautesten
De testen worden gesprongen van de 1- en 3 meter plank en de toren. Het doel van deze test is: het behalen van een (schoonspring technisch) niveau. Bij niveautesten plankspringen worden eerst alle sprongen van de 1 meter plank gemaakt, dan alle sprongen van de 3 meter plank, tenzij de scheidsrechter anders beslist. Bij niveautesten torenspringen wordt de volgorde aangehouden van het overzicht niveauspringen toren en de techniek - en beoordelingscriteria zoals omschreven in deze Almanak.
In principe mogen alle springers elke sprong twee keer uitvoeren. Voor de KNZB-Niveautesten geldt, dat als een springer niet meer kan slagen voor de test er geen recht meer is op een herkansing.
Voor niveautesten door verenigingen ligt de beslissing op het recht van een herkansing bij het niet meer kunnen slagen bij de organiserende vereniging c.q. scheidsrechter.
De beoordeling bij het niveauspringen, geschiedt door 3 juryleden. Een van de drie juryleden wordt aangewezen als scheidsrechter. De scheidsrechter heeft de eindbeslissing als er tijdens de test vragen / problemen zijn.
Elk jurylid beoordeelt eerst of alle techniek- en beoordelingscriteria genoemd in de lijst zijn getoond. Indien 1 (één) van de criteria niet is getoond geeft het jurylid de beoordeling “rode kaart”. Vervolgens moet de sprong om een groene kaart te krijgen ook minimaal het (nationale) jurycijfer 5 waard zijn (houdt hierbij geen rekening met de positie van de armen bij de landing!).
Voorbeeld 1: de springer voldoet aan alle technische eisen van de sprong, maar maakt een sprong die als geheel niet meer waard is dan een vier en een half (4½), waardering = een rode kaart.
Voorbeeld 2: de springer maakt een sprong die op een kampioenschap het cijfer 7 zou krijgen, maar voldoet niet aan één van de technische criteria die is opgenoemd, waardering = een rode kaart.
De juryleden tonen afhankelijk van de prestatie van de springer een groene of rode kaart. Als een springer 2 of 3 groene kaarten voor een sprong krijgt dan is de sprong “gehaald”. Als de springer slechts 1 of geen groene kaart krijgt dan is de sprong “niet gehaald”. Een springer mag elke sprong van de test maximaal 2 keer doen. Elke test bestaat uit 12 sprongen. Als een springer voor 10 sprongen de kwalificatie "groen" heeft gehaald, dan is hij/zij geslaagd voor de test. Eén secretaris noteert de beoordelingen op een scorelijst, een 2e secretaris controleert de juiste invulling.
Als een springer de aanloop, de afzet achterwaarts of een handstand stopt, dan geldt dit als een mislukte sprongpoging, de beoordeling is “rood”. De springer moet wachten op zijn beurt voor een herkansing. Indien de springer bij de tweede poging wederom stopt, dan is de beoordeling weer rood en krijgt de springer geen herkansing meer.
Het verdient aanbeveling de beoordelingskaarten te plastificeren en de beoordelingscriteria op de beoordelingskaarten af te drukken, zodat de juryleden tijdens het afnemen van de test de criteria kunnen lezen.
De KNZB houdt bij welke springers een bepaalde niveautest hebben gehaald.
|
Omschrijving
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
|
Aanloop + afzet
|
1m: aanloop+100A
1m: 200C
|
1m:3x veren+100A
(zonder opsprong)
1m: 200B
|
3m: 100B
3m: 200B
|
3m: 101B open
3m: 401B open
3m: 3x veren + 301C binnen
|
1m: 401A
3m: 201A
|
|
Landingen
|
3m: 010C binnen
3m: 010B buiten
3m: 020A handen laag, vast
|
3m: 010C via hoek
3m: 020C binnen
|
3m: 050D schroefvalduik uit langzit
3m: 103 B open hoek
|
1m: 020C
3m: 103C via hoek
3m: 403B open
|
3m: 101A
3m: 020B binnen
|
|
Rotatie voorover
|
3m: 101C binnen
3m: 401C binnen
1m: 102B
|
1m: 103B gesloten
3m: 101B tenen tikken, buitenlangs
3m: 401B tenen tikken, buitenlangs
|
1m: 103 C via hoek
1m: 403 C binnen
|
3m: 105C via hoek
1m: 403C via hoek
|
3m: 105C of 105B
uit stand, strekwijze vrij
1m: 403 B open of gesloten hoek
|
|
Rotatie achterover
|
1m: 020C
1m: 201C of 301C
binnendoor
|
3m: 201C binnen
3m: 301C binnen
|
3m: 201 B buiten
3m: 301 B buiten
1m: 202 B
1m: 302 B
|
1m: 203C binnendoor
1m: 303C binnendoor
|
1m: 203B binnen
1m: 304C handen hoog
3m: 303C binnen, start vrije keuze
|
|
Schroef
|
1m: 5102A
1m: 5201A
|
1m: 5101B
1m: klapsalto of
102A
1m: 202A
|
1m:
5122D of 5132D
1m: (1 van 4)
5221D of 5321D of 5231D of 5331D
|
3m: 5132D
3m: 5231D of
5331D
|
1m: 51.. (niet 5122)
voorbereiding op voeten
1m: 52.. of 53..
(niet 5221 of 5321)
voorbereiding op voeten
3m: vrije keuze, schroefsprong met m.f. 2,4 of meer
|
|
Aantal sprongen
|
12
|
12
|
12
|
12
|
12
|
Bij het afnemen van de test worden eerst de sprongen van de 1 meter plank gevraagd, dan de sprongen van de 3 meter, in de volgorde van bovenstaande tabel (van boven naar beneden).
Om voor een niveautest te slagen moet een springer bij alle 12 sprongen een poging hebben gedaan (het is niet toegestaan een sprong over te slaan).
Om voor een niveautest te slagen moet een springer tenminste 10 sprongen hebben gehaald.
|
Omschrijving
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
|
Aanloop + afzet
|
5m: 100A
|
5m: 101B buiten
|
5m: aanloop + 100A
|
10m: 100B stand
|
10m: 103B open hoek, uit stand
|
|
|
5m: 200C
|
5m: 401B buiten
|
10m: 200A
|
10m: 401B open
|
7m: 403B open
|
|
Landingen
|
5m: 010B buiten
5m:020 A handen
laag, vast
|
5m: 010C via hoek
3m: 201C binnen
uit hurkzit
|
7m: 010B opdrukken
7m: 201C of 301C
|
10m: 101B open
10m: 201B of 301B
buiten
|
10m: 010 keuze
5m: 020B binnen
|
|
Rotatie voorover
|
5m: 101C binnen
5m: 401C binnen
5m: 103B buiten
|
5m: 103C via hoek
5m: 403C binnen
|
3m: 103C via hoek
5m: 403C via hoek, of 403B
|
7m: 105C via hoek uit stand
7m: 405C binnen
|
5m: 105C of 105B
3m: 403C via hoek,
of 403B
|
|
Rotatie achterover
|
3m: 020C
3m: 201C of 301C binnen
3m: 202C of 302C
|
5m: 301C binnen
3m: 202B
|
7m: 302C of 202C
(val-salto toegestaan)
5m: 203C of 303C
|
5m: 203B
7m: 205C of 305C
|
5m: 204B of 304B
5m: 303C
|
|
Schroef
|
3m: 5102 A
|
3m: klapsalto of
102A
5m: 202A
|
3m: 5122D of
5m 5132D
(1 van 4)
3m: 5221D of
3m 5321D of
5m: 5231D of
5m 5331D
|
7m: 5132D
7m: 5231D
7m: 5331D
7m: handstand schroef: ½ of 1 schroef tot handen
(2 van 4)
|
5m of 3m: 51xx
(niet 5122)
5m of 3m: 52xx
(niet 5221)
5m of 3m: 53xx
(niet 5321)
5m of 3m: voorbereiding Complexe handstand schroefsprong
(2 van 4)
|
|
Handstand
|
3m: handstand
overslag (611A)
handstand
1 seconde
|
5m: 610A
5m: 612C of B
handstand
3 seconden
|
5m: 621D
5m: 631C
handstand
3 seconden
|
5m: 622C of B
7m: 632C
handstand
3 seconden
|
10m: 612B
5m: 623 of 633
(houding C of B)
handstand
3 seconden
|
|
Aantal sprongen
|
12
|
12
|
12
|
12
|
12
|
Bij het afnemen van de test worden de sprongen gevraagd in de volgorde van bovenstaande tabel (van boven naar beneden).
Om voor een niveautest te slagen moet een springer bij alle 12 sprongen een poging hebben gedaan (het is niet toegestaan een sprong over te slaan).
Om voor een niveautest te slagen moet een springer tenminste 10 sprongen hebben gehaald.
Alle sprongen voorwaarts en contra worden met aanloop gesprongen, tenzij anders vermeld.
Bij alle sprongen achterwaarts en binnenwaarts wordt een armzwaai gevraagd.
1. Aanloop met rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, 1 meter
· aantal passen (minimaal 1 + 1 opsprong; geadviseerd: 3 + 1)
· correcte balans in de opsprong
· armen stil in de lucht, boven het hoofd, tijdens de gehele vlucht, niet aansluiten
2. rechtstandige sprong achterwaarts met hurk, 1 meter
· doorstrekken van de benen bij afzet
· na de afzet de armen eerst naar boven richten (aanspringen)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
3. salto voorover gehoekt, hoekhouding naar keuze, 1 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij de afzet en de hoekhouding, een vlakke rug in de hoekhouding
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
4. valduik achterover uit hurkzit (billen op de plank), 1 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· eerst de benen strekken, dan het lichaam
· handen boven het hoofd bij de landing (handen eerst)
· benen boven water doorstrekken, als het bovenlichaam onder water verdwijnt
5. zweefsprong achterover gehurkt, of contra zweefsprong gehurkt uit stand, handen binnendoor, 1m
· hoofd stil bij de inzet
· na de afzet de armen eerst naar boven richten (aanspringen)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk
· handen vast bij de landing
6. rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt met een hele schroef, 1 meter
· na de afzet armen eerst omhoog richten (aanspringen)
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid (< 1/4 schroef afwijking)
· armen hoog bij de landing, balans
7. rechtstandige sprong achterwaarts gestrekt met een halve schroef, 1 meter
· na de afzet armen eerst omhoog richten (aanspringen)
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid (< 1/8 schroef afwijking)
· armen hoog bij de landing, balans
8. valduik voorover uit hurkzit (billen op de plank), handen binnendoor, 3 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: in rechte lijn (=handen binnendoor), eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
9. valduik voorover uit hoekstand, zijwaarts aansluiten, 3 meter
· aanvangshouding: zo diep mogelijk hoeken ( > 90° ) met een vlakke rug, handen waar de springer ze zelf kan zien
· strekwijze: armen breed, zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
10. valduik achterover gestrekt, 3 meter
· aanvangshouding: armen gestrekt, handen laag, vastpakken
· strekwijze: handen binnendoor, eerst kijken, dan de handen plaatsen
· lichaamshouding niet te hol
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie
11. zweefsprong voorover gehurkt, handen binnendoor, 3 meter
· een duidelijke, compacte, hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
12. zweefsprong binnenwaarts gehurkt, handen binnendoor, 3 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
Alle sprongen voorwaarts en contra worden met aanloop gesprongen, tenzij anders vermeld.
Bij alle sprongen achterwaarts en binnenwaarts wordt een volledige armzwaai en voorbeweging gevraagd.
1. 3x veren + rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt (zonder aanloop/opsprong), 1 meter
· drie keren veren (telwijze: staan bij de punt = 0, nà de eerste keer afzetten, moet de plank nog 3x met twee voeten worden ingedrukt)
· balans bij het verlaten van de plank
· armen stil in de lucht, boven het hoofd, tijdens de gehele vlucht, niet aansluiten
2. rechtstandige sprong achterwaarts gehoekt, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· rechte armen tijdens de gehele sprong
· doorstrekken van de benen bij afzet en de hoekhouding (voeten/tenen tikken), vlakke rug in de hoekhouding
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
3. 1½ salto voorover gehoekt, 1 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij de afzet en de hoekhouding (gesloten hoek), vlakke rug in de hoekhouding
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
4. standsprong voorwaarts met hoek met halve schroef, 1 meter
· na de afzet armen eerst omhoog richten (aanspringen)
· tenen tikken in de hoek
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid (< 1/8 schroef afwijking)
· armen hoog bij de landing, balans
5. klapsalto of salto voorover gestrekt, 1 m (als voorbereiding voor schroefsalto's voorover)
· hoofd stil + kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· recht maken (“klappen”) of zijn (bij de gestrekte uitvoering) van het lichaam in de lucht
· armen gestrekt zijwaarts tijdens de vlucht en de landing (niet aansluiten)
6. salto achterover gestrekt, 1 meter (als voorbereiding voor schroefsalto's achterover)
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van het lichaam in de afzet en in de lucht
· armen hoog of breed tijdens de vlucht en de landing
· beheersing van de hoeveelheid rotatie
7. valduik voorover uit hurkzit (billen op de plank), zijwaarts uitkomen via hoek, 3 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: de overgang hurk/hoek moet duidelijk zichtbaar zijn, nàdat de rotatie is begonnen (eerst vallen, dan uithoeken)
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
8. valduik achterover uit hurkzit (billen op de plank), handen binnendoor, 3 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· hoofd stil tot en met het begin van de strekfase
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
9. zweefsprong voorover gehoekt, zijwaarts aansluiten, 3 meter
· rechte armen en benen in de hoekhouding (tenen tikken)
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
10. zweefsprong binnenwaarts gehoekt, zijwaarts aansluiten, 3 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· rechte armen en benen in de hoekhouding (tenen tikken)
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
11. zweefsprong achterover gehurkt, handen binnendoor, 3 meter
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van benen en armen bij de afzet
· de knieën naar de handen brengen
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
12. contra zweefsprong gehurkt, handen binnendoor, 3 meter
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van benen en armen bij de afzet
· de knieën naar de handen brengen
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
Alle sprongen voorwaarts en contra worden met aanloop gesprongen, tenzij anders vermeld.
Bij alle sprongen achterwaarts en binnenwaarts wordt een volledige armzwaai en voorbeweging gevraagd.
1. 1½ salto voorover gehurkt, uitkomen via hoek, 1 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
2. 1½ salto binnenwaarts gehurkt, handen binnendoor, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· kijken naar plank en water
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen, een lichte hoek is toegestaan
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
3. salto achterover gehoekt, 1 meter (als voorbereiding voor 203b, 3 meter)
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· "cirkelbeweging" met de armen
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding
· een vlakke rug in de hoekhouding
· bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
4. contra salto gehoekt, 1 meter (als voorbereiding voor 303b, 3 meter)
· hoofd stil en kijken naar het water bij de inzet
· "cirkelbeweging" met de armen
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding
· een vlakke rug in de hoekhouding
· bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
5. salto voorover met hele schroef, in vrije houding (D), 1 meter (als voorbereiding voor 5122D) of 1½ salto voorover met hele schroef vrije houding (5132D), 1 meter
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid ( < 1/4 schroef afwijking)
armen gestrekt zijwaarts tijdens de landing (alleen voor 5122)
6. kies 1 van 4: 5221D, of 5321D, of 5231D, of 5331D, 1 meter
(5221D en 5321D als voorbereiding voor 5231 of 5331, 3 meter)
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· hoofd stil bij de inzet
· aantal schroeven voltooid ( < 1/8 schroef afwijking)
· armen gestrekt zijwaarts tijdens de landing (alleen voor 5221D en 5321D)
7. aanloop, rechtstandige sprong voorwaarts met hoek, 3 meter
· correcte balans in de opsprong
· knie vroeg laten vallen in de opsprong (vóór het hoogste punt van de opsprong)
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding (tenen tikken)
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
8. rechtstandige sprong achterwaarts met hoek, 3 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding (tenen tikken)
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
9. schroefvalduik voorover uit langzit (imitatie “afstoppen-en-induiken-schroef”), 3 meter
· aanvangshouding: zitten op de plank, rechte benen naar beneden, de armen in schroefhouding, het bovenlichaam een weinig geschroefd
· startbeweging: de schroef neutraliseren, armen naar zijwaarts, benen ophoeken naar open hoek (90 graden of dieper)
· vervolgens valduik in open hoekhouding, rechte armen, rechte benen
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· onderwatertechniek: afhoeken
10. 1½ salto voorover met open hoek, 3 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke open hoekhouding met rechte benen en rechte armen, schuin boven de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
11. zweefsprong achterover gehoekt, zijwaarts uitkomen, 3 meter
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding
· strekwijze: armen zijwaarts, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
12. contra zweefsprong gehoekt, zijwaarts uitkomen, 3 meter
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding
· strekwijze: armen zijwaarts, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
Alle sprongen voorwaarts en contra worden met aanloop gesprongen, tenzij anders vermeld.
Bij alle sprongen achterwaarts en binnenwaarts wordt een volledige armzwaai en voorbeweging gevraagd.
1. valduik achterover uit hurkzit (billen op de plank), handen binnendoor, 1 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· eerst de benen strekken, dan het lichaam
· handen boven het hoofd bij de landing (handen eerst)
· benen boven water doorstrekken, als het bovenlichaam onder water verdwijnt
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
2. 1½ salto binnenwaarts gehurkt, uitkomen via hoek, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· kijken naar plank bij de inzet van de salto('s)
· strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
3. 1½ salto achterover gehurkt, handen binnendoor, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
· tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
4. 1½ contra salto gehurkt, handen binnendoor, 1 meter
· correcte balans in de opsprong
· knie vroeg laten vallen in de opsprong (vóór het hoogste punt van de opsprong)
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
· tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
5. zweefsprong voorover met open hoek, 3 meter
· correcte balans in de opsprong
· knie vroeg laten vallen in de opsprong (vóór het hoogste punt van de opsprong)
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding, een vlakke rug in de hoekhouding
· vluchtrichting (afstand tot de plank ± 1 meter)
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
· onderwatertechniek: afhoeken
6. zweefsprong binnenwaarts met open hoek, 3 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding, een vlakke rug in de hoekhouding
· de vluchtrichting (afstand tot de plank ± 1 meter)
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg aansluiten)
· onderwatertechniek: afhoeken
7. 3x veren met contra hurkduik, handen binnendoor, 3 meter
· drie keren veren (telwijze: staan bij de punt = 0, nà de eerste keer afzetten, moet de plank nog 3x met twee voeten worden ingedrukt)
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van benen en armen bij de afzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
8. 1½ salto voorover gehurkt, uitkomen via hoek, 3 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
9. 1½ salto binnenwaarts met open hoek, 3 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke open hoekhouding met rechte benen en rechte armen, schuin boven de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
· strekwijze: buitenlangs
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
10. 2½ salto voorover gehurkt, uitkomen via hoek, 3 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
11. 1½ salto voorover met hele schroef, in vrije houding (D), 3 meter
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· de schroef met armen breed afstoppen
· onderwatertechniek: afhoeken
12. 1½ salto achterover met ½ schroef of 1½ contra salto met ½ schroef, in vrije houding (D), 3m
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· de schroef met armen breed afstoppen
· onderwatertechniek: afhoeken
Alle sprongen voorwaarts en contra worden met aanloop gesprongen, tenzij anders vermeld.
Bij alle sprongen achterwaarts en binnenwaarts wordt een volledige armzwaai en voorbeweging gevraagd.
1. zweefsprong binnenwaarts gestrekt, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· armen boven het hoofd bij het verlaten van de plank
· doorstrekken van de benen en heupen bij de afzet
· de vluchtrichting (afstand tot de plank ± 1 meter)
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg aansluiten)
2. 1½ salto binnenwaarts gehoekt, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· kijken naar de plank bij de inzet van de salto('s)
· saltohouding: vrij, gesloten of open hoek
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
3. 1½ salto achterover gehoekt, handen binnendoor, 1 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· afzet: goed doorstrekken van de benen en voeten in de afzet en de hoekhouding
· tijdens de salto: een vlakke rug in de hoekhouding, eerst kijken, dan strekken
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
4. dubbele contra salto gehurkt, 1 meter (als voorbereiding voor 305C, 3 meter)
· hoofd stil en kijken naar het water bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij afzet
· "cirkelbeweging" met de armen
· compacte hurkhouding
· bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
5. salto sprong voorover, met schroef (of schroeven), met voetlanding, niet 5122D, 1 meter
(als voorbereiding voor een gecompliceerde schroefsprong van de 3 meter)
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid ( < ¼ schroef afwijking)
6. salto sprong achterover of contra, met schroef (of schroeven), met voetlanding, niet 5221D of 5321D, 1meter (als voorbereiding voor een gecompliceerde schroefsprong van de 3 meter)
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid ( < ¼ schroef afwijking)
7. zweefsprong achterover gestrekt, 3 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· armen boven het hoofd bij het verlaten van de plank
· doorstrekken van de benen bij de afzet
· de vluchtrichting (afstand tot de plank ± 1 meter)
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg aansluiten)
8. zweefsprong voorover gestrekt, 3 meter
· correcte balans in de opsprong
· knie vroeg laten vallen in de opsprong (vóór het hoogste punt van de opsprong)
· doorstrekken van de benen en heupen bij de afzet
· de vluchtrichting (afstand tot de plank ± 1 meter)
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg aansluiten)
9. valduik achterover uit hoek, handen binnendoor, 3 meter
· aanvangshouding: hoek met handen vast achter de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
10. 2½ salto voorover gehurkt of gehoekt, uit stand, 3 meter
· een herkenbaar, volledig armzwaaipatroon met fore-movement
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· saltohouding: zo klein mogelijk
· strekwijze: naar keuze, handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
11. 1½ contra salto gehurkt, handen binnendoor, 3 m (afzet vrij: aanloop, stand of veren)
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
· tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
12. Schroefsprong naar keuze, met een moeilijkheidsfactor van 2,4 of meer, 3 meter
· de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de plank
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· de schroef met armen breed afstoppen
· onderwatertechniek: afhoeken
alle sprongen voorwaarts mogen naar keuze uit stand of met aanloop worden gesprongen, tenzij anders vermeld.
1. rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met armzwaai, 5 meter
· bij de afzet armen recht boven het hoofd
· armen stil in de lucht, boven het hoofd, tijdens de gehele vlucht, niet aansluiten
· lichaamshouding recht of "bol" (voeten vóór)
2. rechtstandige sprong achterwaarts met hurk, met armzwaai, 5 meter
· doorstrekken van de benen bij afzet
· na de afzet de armen eerst naar boven richten (aanspringen)
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
3. valduik voorover uit hoekstand, zijwaarts aansluiten, 5 meter
· aanvangshouding: zo diep mogelijk hoeken ( > 90°), handen waar de springer ze zelf kan zien
· strekwijze: armen breed, zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
4. valduik achterover gestrekt, 5 meter
· aanvangshouding: armen gestrekt, handen laag, vastpakken
· strekwijze: handen binnendoor, eerst kijken, dan de handen plaatsen
· lichaamshouding niet te hol
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie
5. zweefsprong voorover gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
· smalle rechte armen bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
6. zweefsprong binnenwaarts gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
7. 1½ salto voorover gehoekt, zijwaarts uitkomen, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij de afzet en de hoekhouding (gesloten hoek)
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: eerst doorduiken, dan afhoeken
8. valduik achterover uit hurkzit (billen op de toren), handen binnendoor, 3 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· hoofd stil tot en met het begin van de strekfase
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
9. zweefsprong achterover gehurkt, of contra zweefsprong gehurkt, handen binnendoor, 3 meter
· hoofd stil bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk
· handen vast bij de landing
10. salto achterover of contra salto gehurkt, 3 meter (als voorbereiding voor 203c of 303c, 5 meter)
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij afzet
· "cirkelbeweging" met de armen
· bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
11. rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met hele schroef, 3 meter
· na de afzet armen eerst omhoog richten (aanspringen)
· gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
· aantal schroeven voltooid (< 1/4 schroef afwijking)
· armen hoog bij de landing, balans
12. handstand, gevolgd door overslag gestrekt, 3 meter
· opzet van de handstand naar keuze
· armen en lichaam recht tijdens de handstand
· minimaal 1 seconde rust in de handstand
· armen (ellebogen) rechts tijdens de overslag
· bij de landing armen hoog, lichaam zo recht mogelijk
alle sprongen voorwaarts mogen naar keuze uit stand of met aanloop worden gesprongen, tenzij anders vermeld.
1. zweefsprong voorover gehoekt, zijwaarts aansluiten, 5 meter.
· smalle, rechte armen bij de inzet
· rechte armen en benen in de hoekhouding (tenen tikken)
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
2. zweefsprong binnenwaarts gehoekt, zijwaarts aansluiten, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· rechte armen en benen in de hoekhouding (tenen tikken)
· strekwijze: armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
3. valduik voorover uit hurkzit (billen op de toren), zijwaarts uitkomen via hoek, 5 meter
· aanvangshouding: een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: de overgang hurk/hoek moet duidelijk zichtbaar zijn, nàdat de rotatie is begonnen (eerst vallen, dan uithoeken)
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
4. zweefsprong achterover gehurkt, uit hurkzit, handen binnendoor, 3 meter
· startpositie: hurkzit op de tenen, met de armen zijwaarts
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van benen en armen bij de afzet
· de knieën naar de handen brengen
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
5. 1½ salto voorover gehurkt, uitkomen via hoek, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
6. 1½ salto binnenwaarts gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen, een lichte hoek is toegestaan
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
7. contra zweefsprong gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
· hoofd stil bij de inzet
· een duidelijke, compacte hurkhouding
· strekwijze: handen binnendoor, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
8. salto achterover gehoekt, 3 meter (als voorbereiding voor 203b, 5 meter)
· hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
· doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding
· "cirkelbeweging" met de armen
· bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
9. klapsalto of salto gestrekt met aanloop, 3 meter (als voorbereiding voor schroefsalto’s voorover)
- hoofd stil + kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- recht maken of houden van het lichaam in de lucht
- armen gestrekt zijwaarts tijdens de vlucht en de landing (niet aansluiten)
10. salto achterover gestrekt, 5 meter (als voorbereiding voor schroefsalto’s achterover)
· hoofd stil bij de inzet
· doorstrekken van het lichaam in de afzet en in de lucht
· armen hoog of breed tijdens de vlucht en de landing
· beheersing van de hoeveelheid rotatie
11. handstand duik gestrekt, 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
12. handstand salto, gehurkt of gehoekt, 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
alle sprongen voorwaarts mogen naar keuze uit stand of met aanloop worden gesprongen, tenzij anders vermeld.
1. rechtstandige sprong voorwaarts gestrekt, met aanloop, 5 meter
· aantal passen (geadviseerd minimaal: 3 + 1)
· correcte balans in de opsprong
· explosieve afzet (doorstrekken benen en tenen)
- armen stil in de lucht, boven het hoofd, tijdens de gehele vlucht, niet aansluiten
2. rechtstandige sprong achterwaarts gestrekt, met armzwaai, 10 meter.
- bij de afzet armen recht boven het hoofd
- armen stil in de lucht, boven het hoofd, tijdens de gehele vlucht, niet aansluiten
- lichaamshouding recht of "bol" (voeten vóór)
3. valduik voorover uit hoekzit (opdrukken), zijwaarts aansluiten, 7.5 meter
- aanvangshouding: langzit (hoekzit), opdrukken
- doorstrekken van de benen bij de aanvangshouding en tijdens de vlucht (open hoek)
- strekwijze: zijwaarts aansluiten
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
4. zweefsprong achterover gehurkt, of contra zweefsprong gehurkt, 7.5 meter
- hoofd stil bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurkhouding
- strekwijze: naar keuze, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- handen vast bij de landing
5. 1½ salto voorover gehurkt, uitkomen via hoek, 3 meter
- smalle, rechte armen bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurkhouding
- strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
6. 1½ salto binnenwaarts gehurkt via hoek, of gehoekt, 5 meter
- smalle, rechte armen bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurk- of hoekhouding
- strekwijze: via hoek, zijwaarts aansluiten
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
7. salto achterover (val-salto toegestaan) of contra salto gehurkt, 7.5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- doorstrekken van de benen bij afzet
- "cirkelbeweging" met de armen
- bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
8. 1½ salto achterover of contra gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
- tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
9. salto voorover met hele schroef, in vrije houding, 3 meter; of 5132D, 5 meter
(5122D als voorbereiding voor 5132D, 7.5 meter)
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
- aantal schroeven voltooid ( < ¼ schroef afwijking)
- armen gestrekt zijwaarts tijdens de landing (alleen voor 5122)
10. kies 1 van 4: 5221D, 3 meter; of 5321D, 3 meter; of 5231D, 5 meter; of 5331D, 5 meter
(5221 en 5321 als voorbereiding voor de 7,5 meter)
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- hoofd stil bij de inzet
- aantal schroeven voltooid ( < 1/8 schroef afwijking)
- armen gestrekt zijwaarts tijdens de landing (alleen voor 5221D en 5321D)
11. achterwaartse handstand, overslag, houding naar keuze, 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
12. handstand met een ½ contra salto gehurkt (“doortrekken”), 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- een duidelijke, compacte hurkhouding
- bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
alle sprongen voorwaarts mogen naar keuze uit stand of met aanloop worden gesprongen, tenzij anders vermeld.
1. rechtstandige sprong voorwaarts met hoek, 10 meter
- na de afzet de armen eerst naar boven richten (aanspringen)
- doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding (tenen tikken)
- armen boven het hoofd bij de landing, niet aansluiten
2. zweefsprong binnenwaarts met open hoek, 10 meter
- doorstrekken van de benen bij afzet
- vluchthouding: diepe hoek, rechte armen en benen
- timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
- onderwatertechniek: afhoeken
3. zweefsprong voorover met open hoek, 10 meter
- doorstrekken van de benen bij afzet
- vluchthouding: diepe hoek, rechte armen en benen
- timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
- onderwatertechniek: afhoeken
4. zweefsprong achterover of contra zweefsprong gehoekt, 10 meter
- bij de afzet: hoofd stil armen naar smal zwaaien (aanspringen)
- doorstrekken van de benen bij afzet en hoekhouding, tenen tikken
- strekwijze: armen zijwaarts, het lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
5. 2½ salto voorover gehurkt uit stand, uitkomen via hoek, 7,5 meter
- smalle, rechte armen bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurkhouding
- strekwijze: via hoek, waarbij de armen zijwaarts aansluiten
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
6. 2½ salto binnenwaarts gehurkt, binnendoor uitkomen, 7,5 meter
- smalle, rechte armen bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurk- of hoekhouding
- strekwijze: handen binnendoor, eerst de benen strekken, dan de armen plaatsen, een lichte hoek is toegestaan
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
7. 1½ salto achterover gehoekt, 5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- "cirkelbeweging" met de armen
- rechte benen en een vlakke rug in de hoekhouding
- tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
8. 2½ salto achterover of contra gehurkt, handen binnendoor, 7,5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
- compacte hurkhouding
- tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
9. kies een 1e van 4 schroefsprongen van de 7,5 meter: 5132D, 5231D, 5331D, handstand schroefsprong (½ of 1 schroef)
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
- aantal schroeven voltooid (bij 1 schroef < ¼ schroef afwijking, bij een ½ schroef < 1/8 schroef afwijking)
10. kies een 2e van 4 schroefsprongen van de 7,5 meter: 5132D, 5231D, 5331D, handstand schroefsprong (½ of 1 schroef)
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
- aantal schroeven voltooid (bij 1 schroef < ¼ schroef afwijking, bij een ½ schroef < 1/8 schroef afwijking)
11. achterwaartse handstand, salto achterover, gehurkt of gehoekt, 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- compacte hurk- of hoekhouding
- tijdens de salto: een vlakke rug in de hoekhouding, eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
12. handstand, contra salto, gehurkt, 7,5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- compacte hurkhouding
- tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
alle sprongen voorwaarts mogen naar keuze uit stand of met aanloop worden gesprongen, tenzij anders vermeld.
1. 1½ salto voorover met open hoek uit stand, 10 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke open hoekhouding met rechte benen en rechte armen, schuin boven de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
· onderwatertechniek: afhoeken
2. 1½ salto binnenwaarts met open hoek, 7,5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke open hoekhouding met rechte benen en rechte armen, schuin boven de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
· timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
· onderwatertechniek: afhoeken
3. valduik voorover, in vrije houding (D), 10 meter
- aanvangshouding: vrije keus
- timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
- onderwatertechniek: afhoeken
4. valduik achterover uit hoek, binnendoor, 5 meter
- aanvangshouding: hoek met handen vast achter de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
5. 2½ salto voorover gehurkt of gehoekt, met aanloop, 5 meter
· smalle, rechte armen bij de inzet van de salto('s)
· een duidelijke, compacte hurk- of hoekhouding
· strekwijze: naar keuze
· handen vast bij de landing
· onderwatertechniek: afhoeken
6. 1½ salto binnenwaarts gehurkt via hoek, of gehoekt, 3 meter
- smalle, rechte armen bij de inzet
- een duidelijke, compacte hurk- of hoekhouding
- strekwijze: via hoek, zijwaarts aansluiten
- handen vast bij de landing
- onderwatertechniek: afhoeken
7. dubbele salto achterover of contra gehoekt, 5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- doorstrekken van de benen bij afzet
- "cirkelbeweging" met de armen
- een vlakke rug in de hoekhouding
- bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water
8. 1½ contra salto gehurkt, handen binnendoor, 5 meter
- hoofd stil en kijken naar een oriëntatiepunt bij de inzet
- afzet: goed doorstrekken en snel intrekken van de benen
- tijdens de salto: eerst kijken, dan strekken
- strekwijze: handen binnendoor, lichaam zo recht mogelijk, tijdens het strekken kijken naar de tenen
- onderwatertechniek: doorgaan in de richting van de rotatie (knee-safe)
9. kies een 1e van 4 voorbereidende schroefsprongen van de 3 of 5 meter: schroef voorover (niet 5122), schroef achterover (niet 5221), contra schroef (niet 5321), handstand schroef (> 1 schroef of > 1 salto); voorbereiding voor complexe schroefsprong
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
- aantal schroeven voltooid ( < ¼ schroef afwijking)
10. kies een 2e van 4 voorbereidende schroefsprongen van de 3 of 5 meter: schroef voorover (niet 5122), schroef achterover (niet 5221), contra schroef (niet 5321), handstand schroef (> 1 schroef of > 1 salto); voorbereiding voor complexe schroefsprong
- de schroef mag niet duidelijk worden meegenomen van de toren
- gestrekt zijn van het lichaam tijdens de schroef
- aantal schroeven voltooid ( < ¼ schroef afwijking)
11. handstand salto gehoekt, 10 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- een duidelijke open hoekhouding met rechte benen en rechte armen, schuin boven de benen, een vlakke rug in de hoekhouding
- timing van het (zijwaarts) aansluiten van de armen (streven naar vroeg sluiten)
- onderwatertechniek: afhoeken
12. handstand met 1½ salto, achterover of contra, gehurkt of gehoekt, 5 meter
- opzet van de handstand naar keuze
- armen en lichaam recht tijdens de handstand
- minimaal 3 seconden rust in de handstand
- een duidelijke, compacte hurk- of hoekhouding
- bij de landing handen hoog, kijken naar voeten en water