De hoofddoelstelling van het MOZ is het bieden van een gestructureerde en inzichtelijke meerjaren opleidingsweg aan alle wedstrijdzwemmers en hun begeleiders in Nederland.
Het KNZB Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen (MOZ) is gebaseerd op het feit dat alle kinderen een proces van groei en ontwikkeling doormaken. Ongeacht het niveau maakt iedereen dezelfde groei en ontwikkeling door. De timing van deze groei en ontwikkeling kan echter verschillen. Het ene meisje begint bijvoorbeeld op 10 jarige leeftijd fors te groeien, terwijl het vriendinnetje pas drie jaar later de hoogte in schiet. Met dergelijke verschillen moet een coach terdege rekening houden bij het invullen van de trainingsinhouden. Het MOZ helpt hierbij. Met het MOZ brengen we het landschap en de routes van het Nederlandse wedstrijdzwemmen in kaart. We leren allemaal de routes kennen die zwemmers van jong naar oud dienen af te leggen. We benoemen de fases, de inhouden, de kansen en de valkuilen tijdens de route.
De makers van het MOZ realiseren zich dat niet iedereen het aangeboren talent bezit om wereldtopper te worden. Wel wordt iedereen de kans geboden om het eigen Maximaal Individueel Resultaat (MIR) te bereiken. Voor de een is dit Olympisch kampioen in een wereldrecord, voor een ander clubkampioen met een tijd onder de minuut op de 100m vrije slag. Een zwemmer is pas na volgroeiing en jarenlange training (gemiddeld 10.000 uur) in staat het MIR te realiseren. Een lange weg te gaan dus. Het MOZ is een leidraad voor alle sporters, ongeacht het uiteindelijk niveau wat bereikt wordt.
Zwemverenigingen
Het MOZ wordt op Nationaal niveau pas succesvol als alle wedstrijdzwemmers in Nederland gestimuleerd worden zich te ontwikkelen om het Maximaal Individueel Resultaat (MIR) te realiseren. Zij dienen hierbij zo optimaal mogelijk ondersteund te worden. Onmisbaar hierbij is dat er passende en effectieve trainingsomstandigheden gecreëerd worden bij alle verenigingen en organisaties betrokken bij de opleiding van zwemmers.
Zwemverenigingen dienen te onderkennen wat de eigen sterktes, zwaktes en beperkingen zijn. Ook hierin gaat het MOZ een belangrijke rol spelen. Het is van groot belang dat een vereniging voor zichzelf vaststelt tot welke fase in het MOZ de leden een optimale begeleiding en bijbehorende faciliteiten geboden wordt. Slechts weinig verenigingen zullen in staat zijn om aan alle voorwaarden te voldoen om op verantwoorde wijze inhoud te geven aan alle onderdelen en niveaus van het MOZ. De MOZ-scan kan verenigingen helpen inzicht te geven in de sterke en zwakke punten en een startpunt zijn om zaken binnen de vereniging verder te ontwikkelen.
Coaches
Coaches die werken bij zwemclubs zijn de sleutel in dit proces. Zij zijn de belangrijkste pleitbezorgers voor het uitdragen en toepassen van de principes van het MOZ. Daarom wordt het MOZ vooral bij hen via allerlei kanalen als opleidingen en bijscholingsbijeenkomsten onder de aandacht gebracht. Wij wensen hen en alle andere betrokkenen enorm veel inspiratie en succes toe bij het implementeren het MOZ in de eigen verenigingsituatie.
Structuur van het MOZ
Het KNZB Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen is gebaseerd op de principes van groei en ontwikkeling. Alle kinderen volgen eenzelfde weg van de groei en ontwikkeling die start als baby en voortduurt in de adolescentie. Er zijn echter grote individuele verschillen in de timing en de mate waarin deze groei en ontwikkeling plaatsvinden.
Groei en ontwikkeling vindt ook zonder training plaats. Training kan groei en ontwikkeling echter positief beïnvloeden. Een aantal wetenschappers* heeft aangetoond dat er kritieke fasen in de fysieke ontwikkeling zijn die door training maximaal beïnvloed kunnen worden. Dit heeft onder andere geleid tot het inzicht dat jonge sporters bepaalde trainingsmethoden tijdens de groeispurt moeten beoefenen om een maximaal effect te bereiken.
*Een van deze wetenschappers is Dr. Istvan Balvi verbonden aan het National Coaching Institute British Columbia, Victoria, Canada die veel onderzoek en publicaties gedaan heeft in het kader van talentontwikkeling. Het Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen is deels gebaseerd op zijn publicaties.
De inhoud van het Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen is opgebouwd in vijf fasen:
Fase 1: FUNdament
Fase 2: TrainTechniek
Fase 3: TrainTrainen
Fase 4: TrainRacen
Fase 5: Train voor Top
FUNdament
In fase 1 staat plezier voorop! Het accent in de trainingen ligt in het opdoen van veel bewegingservaring en het leren beheersen van de basis zwemtechnieken. Om veel bewegingservaring op te doen, wordt het beoefenen van andere sporten aangemoedigd.
Snelheid, kracht en uithoudingsvermogen kunnen voorzichtig ontwikkeld worden in uitdagende spelvormen. Bovendien moeten de jongste minioren in aanraking gebracht worden met de meest eenvoudige regels, normen en waarden van het wedstrijdzwemmen.
Er is bij de jongste minioren geen sprake van een periodisering, wel wordt er gebruik gemaakt van gestructureerde lesplannen (SwimKick techniekschool vanaf 2005) waarbij de vorderingen van de sporters individueel geregistreerd wordt.
TrainTechniek
Deze fase is essentieel voor het behalen van het Maximaal Individueel Resultaat (MIR) later! In deze fase leren de minioren de aangeleerde technieken uit fase 1 te perfectioneren (SwimKick techniekacademie vanaf 2006). Grote nadruk wordt gelegd op de juiste uitvoering van bewegingen. Daarnaast maken ze geleidelijk kennis met echte zwemtrainingen. Het beoefenen van andere sporten is nog steeds aan te raden, vooral sporten die qua inspanning lijken op zwemmen zoals roeien, fietsen, lopen zijn heel geschikt. Op het gebied van race tactiek, warming-up, voeding, herstel en mentale training worden de oudste minioren de basisvaardigheden aangeleerd.
Het trainingsaanbod wordt aangevuld met landtraining. Deze training kan naast sport- en spelvormen bestaan uit oefeningen met gebruik van eigen lichaamsgewicht, lenigheidoefeningen, oefeningen met de medicinebal en de Swissbal (core body). Wedstrijden worden gebruikt om getrainde vaardigheden te testen en verder te verbeteren.
TrainTrainen
Tijdens fase 3 ligt de nadruk op de ontwikkeling van de aërobe capaciteiten. In deze fase wordt de training in steeds grotere mate individueel aangepast aan de individuele sporter.Net als in de vorige fase ligt de nadruk meer op training dan op wedstrijden. Het accent tijdens de training ligt op omvang met een lage intensiteit. Omdat de optimale ontwikkeling van de aërobe capaciteiten langere tijd in beslag neemt is het belangrijk te benadrukken dat het aantal trainingsuren in deze fase fors dient toe te nemen.
Het aantal wedstrijden dient beperkt te blijven, maar moeten wel gebruikt te worden om doelstellingen ten aanzien van race tactiek en mentale vaardigheden te realiseren. In deze periode kan met maximaal twee piekmomenten per jaar gewerkt worden.
Landtraining wordt voortgezet. Aan het einde van de fase worden voorbereidingen voor krachttraining getroffen, voor meisjes wat eerder dan voor jongens. Deze voorbereidingen bestaan uit het correct leren uitvoeren van de basistechnieken van krachttraining.
Op het gebied van aanvullende voorwaarden zoals race tactiek, warming-up inclusief inzwemmen, optimale voeding voor sport, herstelactiviteiten, het hoe en waarom van pieken en taperen, het opstellen van een competitieplan worden de sporters de noodzakelijke vaardigheden aangeleerd.
TrainRacen
Tijdens fase TrainRacen blijft de ontwikkeling van de fysieke vaardigheden centraal staan. De intensiteit van de trainingen wordt daarbij geleidelijk opgevoerd met behoud van het trainingsvolume.
Tijdens de wedstrijden wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van individuele race tactieken met maximaal twee piekmomenten per jaar. Hierbij is het verstandig zich te richten op een bepaalde afstand of slag en niet op beiden. Teveel hooi op de vork staat ontwikkeling in de weg.
De aanvullende voorwaarden worden verder ontwikkeld zodat deze zo goed mogelijk aansluiten bij de individuele behoeften van de individuele sporter.
De ontwikkeling van maximaal kracht door middel van krachttraining krijgt veel aandacht. Dit moet worden gecombineerd met het onderhouden van de vaardigheden uit de landtraining.
Train voor Top
Dit is de laatste fase van de ontwikkeling van een sporter. De nadruk moet liggen op specialisatie en prestatieverbetering tijdens wedstrijden. Alle technische, tactische, mentale, fysieke en aanvullende vaardigheden moeten maximaal ontwikkeld worden. Het trainingsprogramma dient te voldoen aan de eisen die worden gesteld aan een World Class Performance Program.
Sporters moeten voorbereid worden om tijdens aangewezen piekwedstrijden optimale prestaties te realiseren. Hiervoor is een individuele trainingsplanning en uitvoering noodzakelijk. In de planning kunnen twee, drie of meerdere piekmomenten opgenomen worden, afhankelijk van de specialisatie (kortere nummers meer piekmomenten mogelijk).
Auteur
Het MOZ, de MOZ-scan, de MOZ producten en veel andere materialen zijn ontwikkeld onder leiding van André Cats.